Het Beleidsplan
Het Beleidsplan 2024-2028 van de Protestantse Wijkgemeente Westerkerk te Gouda. Een document dat de weerslag is van vele gesprekken en overpeinzingen, waarin we beschrijven waar we nu ongeveer staan als gemeente en in welke richting we de komende tijd willen gaan. We hebben er met vreugde aan gewerkt en we hopen dat u bij het lezen ook enthousiast wordt om als gemeente in deze richting verder te gaan.
Hoe dit beleidsplan tot stand is gekomen
De bouwstenen van dit beleidsplan lagen voor een groot gedeelte al klaar toen ds. Udo Doedens in december 2018 afscheid nam van de Westerkerk. Daarop volgde de vacaturetijd van meer dan een jaar, tot de bevestiging van ds. Jacobine Scholte de Jong in maart 2020. Gelijk met haar komst begon de corona-crisis, waardoor het afronden van het beleidsplan opnieuw vertraging opliep. In 2022 hebben we tijdens een aantal bezinningsdagen van de kerkenraad een aantal werkvelden opnieuw bekeken. Daarna zijn sommige onderdelen opnieuw geschreven, andere bijgesteld en het geheel opnieuw gerangschikt tot één geheel.
De manier van tot stand komen is waarschijnlijk hier en daar wel aan dit beleidsplan af te lezen. Dat heeft ook iets moois: verschillende stemmen, groepen, periodes en situaties klinken erin door. We vertrouwen erop dat in het geheel toch dat éne verlangen duidelijk doorklinkt: samen gemeente zijn van Christus, voor elkaar en voor de wereld om ons heen.
Opbouw van het beleidsplan
In deze inleiding (1) geven wij een korte plaatsbepaling van onze situatie als gemeente van Christus in de wereld van vandaag: waar staan wij nu? (1.1). Daarna proberen we onze identiteit onder woorden te brengen: wie zijn wij en wat vinden wij belangrijk? (1.2). Dan volgt onze visie en missie: waar zijn wij op uit en wat staat ons te doen? (1.3).
Daarna volgt een uitwerking van onze missie voor de verschillende dimensies van gemeente- zijn: eredienst en liturgie (2), pastoraat (3), kinderen en jongeren (4), diaconaat (5), kerk naar buiten (6), kerkbeheer (7) en de organisatie van de gemeente en het werk van de kerkenraad (8).



